26 januari 2015

Een ontologisch postulaat


Stukje uit het recentste gesprek tussen Élisabeth Lévy en Alain Finkielkraut, voor de uitzending van L'Esprit de l'Escalier.
Het is altijd plezierig om iemand te horen zeggen wat je zelf denkt, en hier wijst Finkielkraut de wetenschap van de sociologie op haar verzwegen veronderstellingen en drijfveren. Veel beoefenaren zullen zich trouwens van die veronderstellingen niet eens bewust zijn.
Le Monde had het gehad, maar niet enkel die krant, ook politici en "wetenschappers" hadden het in de nasleep van de islamaanslagen direct weer over de "echte oorzaken", en dat waren vanzelfsprekend ghettovorming en apartheid.

maar, beste lezer, als u liever een grappige commentaar bij deze wetenschap wil horen, dan moet u bij Tom Lehrer zijn, een echte mathematics ph.d.  Sociologen zitten, zo zingt hij
... in an ivory steeple,
far away from all people




Parler d’apartheid ce n’est pas seulement une erreur, c’est une catastrophe parce que dans ce mot il y a le "coupable mais pas responsable" que rabâche la sociologie depuis des années: oui, il y a de la délinquance, de la criminalité, de la radicalisation islamiste, mais il faut remonter aux causes. La cause c’est la politique de la ville, le chômage. Tous les phénomènes qui nous attristent aujourd’hui, ont une cause et cette cause c’est effectivement une politique générale, un état d’esprit tout à fait scandaleux. Mais surtout, là je voudrais dire un mot sur la sociologie, parce que la sociologie je la mets souvent en cause. Et ce n’est pas parce que…
Peut-être, d’ailleurs peut-être que vous faites un amalgame avec «la sociologie»? Vous stigmatisez toute une corporation, mon cher Alain.
Voilà, mais pour le moment en tout cas, cette discipline, dans son état actuel, et quelles qu’en soient les écoles, elle repose toute entière sur cet apriori, ce postulat ontologique: la question sociale est en dernière instance une question économique. Ce sont, autrement dit, les inégalités qui mettent en péril la cohésion d’une société. Et enquêter, ce n’est jamais rien d’autre que valider cette hypothèse préalable. Autrement dit, la dimension culturelle des phénomènes n’est jamais pris en compte, puisqu’il a été décidé au départ qu’elle était secondaire, ou dérivée. C’est une conséquence, c’est un effet dont la cause doit être recherchée dans les souffrances générées par l’injustice économique.
Alors d’abord, je précise quand-même que vous avez oublié Kepel, que vous citez souvent et quelques autres, mais je ne sais pas si… il n’est pas sociologue, c’est vrai, il n’est pas sociologue.
Il ne l’est pas, justement, et là, c’est très intéressant ce que vous dites sur Kepel, parce que Kepel vient de l’anthropologie. Et c’est Lévi-Strauss qui nous a appris que toute humanité appartenait à une culture, que toute expérience humaine était structurée par une expérience collective du monde, et cette découverte de l’anthropologie est aujourd’hui occultée par la sociologie. Et je termine en disant que le politiquement correcte, c’est la victoire de Bourdieu sur Lévi-Strauss: tout se ramène au rapport entre dominé et dominant.

Spreken van apartheid is niet enkel een vergissing, het is een catastrofe want in dat woord zit het begrip “schuldig maar onverantwoordelijk” waar de sociologie al jaren over zanikt: ja er is delinquentie, en criminaliteit, en islamistische radicalisering, maar we moeten naar de oorzaken teruggaan. En oorzaak is de urbanisatiepolitiek, de werkloosheid. Alle verschijnselen die ons vandaag zo bedrukken hebben een oorzaak, en die oorzaak zit uiteindelijk bij het algemeen beleid, en bij een geestgesteltenis die compleet schandalig is. Maar vooral, en hier zou ik iets willen zeggen over de sociologie, want die stel ik vaak aan de kaak. En het is niet omdat…
Misschien overigens gooit u met “de sociologie” nu alles op één hoop? U stigmatiseert een hele beroepsgroep, mijn beste Alain.
Juist, maar in elk geval vandaag berust deze discipline, in de huidige stand ervan, en om het even over welke school het gaat, berust zij als geheel op dit a priori, op dit ontologisch postulaat: het sociale vraagstuk is in laatste instantie een economisch vraagstuk. Anders gezegd, het is de ongelijkheid die de cohesie van een samenleving in gevaar brengt. En enquêteren is nooit iets anders dan het valideren van die uitgangshypothese. Anders gezegd, de culturele dimensie van verschijnselen wordt nooit in aanmerking genomen, want er is van meet af aan besloten dat deze secundair is of afgeleid: een gevolg, een effect waarvan de oorzaak moet worden gezocht in het leed dat de economische onrechtvaardigheid meebrengt.
Maar eerst wil ik toch preciseren dat u Kepel vergeten bent, die u vaak citeert, en nog enkele anderen. Maar ik weet niet of… hij is geen socioloog, juist, hij is geen socioloog.
Precies: dat is hij niet, en juist daarom is het interessant wat u daar zegt over Kepel, want Kepel komt uit de antropologie. En het is Lévi-Strauss die ons geleerd heeft dat alles wat des mensen is tot een cultuur behoort, dat elke menselijke ervaring haar structuur ontleent aan een gedeelde beleving van de wereld, en deze ontdekking van de antropologie wordt vandaag aan het oog onttrokken door de sociologie. Mag ik besluiten met te zeggen dat de politieke correctheid de overwinning is van Bourdieu op Lévi-Strauss: alles wordt teruggebracht tot de verhouding van meester tot onderhorige.

25 januari 2015

Abdullah, Christine, Theo en Jean-Baptiste


Die oude koning van Saoedi Arabië die net in het zand gebeten heeft, Abdallah – slaaf van Allah als ik het goed heb – was volgens Christine Lagarde een felle voorstander van vrouwenrechten. Lagarde is baas van het IMF, waar zij die andere vrouwenliefhebber Dominique Strauss-Kahn opvolgde, en zij deed deze verklaring in de wat ijle lucht van Davos:

Hij was een grote leider, voerde veel hervormingen door in zijn land, en op een heel discrete manier was hij een felle verdediger van de vrouwen. Dat ging heel geleidelijk, zoals allicht aangewezen in dit land, maar ik sprak hem verschillende keren over dit onderwerp en hij geloofde er sterk in. Want vaak wordt Saoedi Arabië voorgesteld als een plek waar vrouwen niet helemaal een gelijke rol spelen, maar zijne majesteit was vast van plan om geleidelijk verandering in deze toestand te brengen.



He was a great leader, implemented lots of reforms at home, and in a very discreet way he was a strong advocate of women. It was very gradual, appropriately so probably for the country, but I discussed that issue with him several times and he was a strong believer. Because very often Saudi Arabia is portrayed as a place where women do not play quite the same role, but his majesty was determined to actually change gradually the situation.

Nu moest ik denken aan twee boeken die zij bij gelegenheid eens zou moeten lezen, tijdens een lange vlucht misschien. Een ervan zal ze al gelezen hebben, meen ik te begrijpen uit haar luchthartige verklaring, maar ik signaleer het toch maar, namelijk: «Landru, précurseur du féminisme: correspondance inédite 1919-1922». Het verscheen bij Éditions Mille et une Nuits, een sprookjesachtige naam voor een uitgeverij, en Christine houdt wel van sprookjes. Auteur-bezorger is de filosoof Jean-Baptiste Botul die hier eerder al ter sprake kwam.

Het andere boek is helaas in het Nederlands geschreven: "Sla ik mijn vrouw wel hard genoeg?" van Theo van Gogh (uitgeverij L.J.Veen, 1996). Theo was in 1996 nog niet ritueel geslacht door Mohammed Bouyeri, en bijgevolg nog een stuk minder bekend toen bij ons.
Ik las dat boek toch maar, een bundeling van stukjes die deels in HP/De Tijd waren verschenen, en wel tot op het moment dat hem werd gemeld: "De kloof tussen Van Gogh en HP/De Tijd is te groot geworden."

Nu is het waar dat van Gogh soms inging op kwesties die bij werkelijk álle redacties slecht zouden zijn gevallen, zoals bijvoorbeeld dat slaan van vrouwen in de islam. Nochtans is dit een goed gedocumenteerd voorschrift, en zelfs wordt beschreven hoe je bij dat slaan te werk moet gaan (bij voorkeur niet in het aangezicht, en ook niet in een eerste opwelling van woede, maar in alle kalmte, met een frisse kop).
De islam is tenslotte weinig meer dan een geheel van nauwkeurige gedragsregels, en een goede mohammedaan kan inderdaad met die vraag van de hoehardheid worstelen. In geval van twijfel zal hij dan een imam raadplegen. Ook Theo probeerde op die legitieme vraag een antwoord te vinden, maar dat werd hem kwalijk genomen door de latere jesuischarlie-journalisten.

Misschien waren het wel die modaliteiten van het afranselen die Christine Lagarde ter sprake heeft gebracht bij Abdallah, koning van Saoedi Arabië ...very often portrayed as a place where women do not play quite the same role.

20 januari 2015

Hollande en Churchill


Alain Finkielkraut, de onsterfelijke (als lid van de Académie française), werd door de journaliste Audrey Pulvar geïnterviewd voor iTélé. Zij stelde hem verstandige vragen, en dus werd het een verstandig gesprek.
Finkielkraut kreeg bijvoorbeeld de gelegenheid om erop te wijzen dat de grote manifestatie op 11 januari in Parijs moins bigarrée was dan sommigen misschien hadden verwacht – minder kleurrijk, minder divers, geen echt goede mix laten we zeggen. Van het black-blanc-beur van de wereldbeker voetbal tien jaar geleden was niet veel te bespeuren in de optocht.
Ook zei hij (negentien minuten ver in de uitzending) dat de huidige paus een demagoog was, die al zwaaiend met zijn vuistje hetzelfde argument gebruikte als Zidane een paar jaar geleden, toen die zijn crapuleuze kopstoot uitdeelde aan, ik meen een Italiaanse voetballer: Hij heeft mijn moeder beledigd! Vulgair argument natuurlijk, iedereen zal dat beamen, en uit de mond van de filosoof Ratzinger zou iets dergelijks nooit gekomen zijn.

Finkielkraut zei nog meer mooie dingen, maar die kunt u beter zelf eens beluisteren.
Wat ik bijzonder grappig vond, en bij ons ondenkbaar (Pulvar deed haar best om niet te lachen), was de manier waarop Finkielkraut over de syntaxis en grammatica van Hollande sprak, en hoe belangrijk hij grammatica en taal vond als het over een cultuurgemeenschap gaat, een identiteit.
Sommigen hier vinden dat taal geen deel is van de identiteit, maar dan moeten ze Finkielkraut maar tegenspreken, ik bemoei mij er verder niet mee.
In de uitzending begint op de vijfendertigste minuut wat ik hieronder transcribeer en vertaal, omdat ik het komiek vind, maar al op de achtendertigste minuut was hij weer serieus: 'Onze moedertaal maakt ons tot wat we zijn, wij zijn niet onze eigen oorzaak, wij staan door de taal die wij spreken in de schuld bij onze voorouders, het is de uitdrukking van onze eindigheid'. Voor zulke dingen wil ik zelfs tv-kijken, maar nu dus over Hollande:

La France semblait entrée dans une ère post-culturelle et post-nationale. C'était une patrie littéraire, disait Mona Ozouf. Bon, il est clair que le Surmoi littéraire n'exerce que peu d'autorité sur le discours de nos hommes politiques. François Hollande par exemple pratique le redoublement du sujet : « La France, elle a des ressources », « L'Europe, elle est en crise » et cetera, qui en fait un peu un Churchill en salopette. Mais si vous voulez, c'est dommage! C'est dommage, il faudrait donner l'exemple de la rectitude syntaxique. Tout le monde devrait apprendre à se tenir droit.
Frankrijk leek een postcultureel, postnationaal tijdvak te zijn binnengetreden. Het was een literair vaderland, zei Mona Ozouf (Franse historica, publiceerde veel over de Revolutie). Goed, maar het mag duidelijk zijn dat het literaire Überich maar weinig gezag laat gelden op de taal van onze politici. François Hollande bijvoorbeeld beoefent de verdubbeling van het onderwerp: "Frankrijk, het heeft rijkdommen", "Europa, het verkeert in crisis" et cetera, wat van hem een beetje een Churchill in werkbroek maakt. Maar, staat u me toe, dat is toch jammer! Het is jammer want hij zou het goede voorbeeld moeten geven en op de syntactische rechte lijn blijven. Zich recht houden zou iedereen moeten leren.

17 januari 2015

Wat eet Maigret allemaal?


Een van de dingen bij Maigret, is dat ik zijn lievelingsgerechten zelf ook allemaal graag eet. Andouillette bijvoorbeeld, of cassoulet, maar hij heeft er veel meer.
Vanavond was ik een escalope aan het eten bij mijn geliefkoosde Italiaan, en terwijl ik die opat vroeg Maigret zijn vrouw hem:

Tu crois que tu rentreras déjeuner?
–Ce matin, j‘ai l’impression que oui.
Tu aimerais du poisson?
–De la raie au beurre noir, si tu en trouves.

Voilà, rog met kappertjes en een beurre noir! Iets beters bestaat er toch niet?

Bij bijvoorbeeld Wodehouse heb ik dat niet. Zeker, er wordt bij hem goed en zelfs rijkelijk getafeld, en alles wordt opgediend door personeel in livrei, een van zijn verhalen draait trouwens om een gestolen roomkan in de vorm van een koe, maar Wodehouse is een Engelsman en meestal krijg je niet te horen wat Bertie Wooster die middag of avond precies gegeten heeft.
Fish&Chips is nochtans bijzonder lekker als je bij een goed adres bent, dus geen kwaad van de Engelse keuken.

Zelfs bij Casanova, de Venetiaan, lees je weinig over wat hij gegeten heeft, of over wat hij het allerliefste eet. Meestal zegt hij iets in de trant van “on y a bien mangé”, of copieusement mangé, maar dat is het. En dan mag het waar zijn dat zijn hoofd vaak naar andere dingen stond, in drieduizend en zoveel bladzijden had hij toch iets meer details kunnen geven.

Datzelfde kun je Heine niet verwijten. Hij schrijft bladzijden en bladzijden over eten. Van hem bezit ik zelfs twee kookboeken, “Heine à la carte” en “Essen und Trinken mit Heinrich Heine”. Enfin, van hem: die boeken werden uitgegeven in 1997, juist toen Heinrich zijn tweehonderdste verjaardag vierde, iets dat ons allemaal te wachten staat.

Er staan recepten in voor “Austern in Kartoffeln und Kaviarsauce” of “Gebratene Forelle mit Suppengemüse und Nußbutter”. Geen dingen die je elke dag eet, maar waar hij het bij gelegenheid inderdaad wel over had. Over de Engelse keuken, zoals over de Engelsen zelf, was Heine niet enthousiast, behalve over hun rosbiefs. Maar groenten werden hem in Londen opgediend, gekookt in water en verder “geheel zoals God ze geschapen had”.

Over Parijs nog gezwegen, maar zelfs in Duitsland at men beter! In herberg Die Krone in Klaustal at hij eens »einen Kalbsbraten, groß wie der Chimborazo in Miniatur, sowie auch eine Art geräucherter Heringe, die Bückinge heißen, nach dem Namen ihres Erfinders, Wilhelm Bücking, der 1447 gestorben und um jener Erfindung willen von Karl V. so verehrt wurde, daß derselbe Anno 1556 von Middelburg nach Bievlied in Seeland reiste, bloß um dort das Grab dieses großen Mannes zu sehen. Wie herrlich schmeckt doch solch ein Gericht, wenn man die historischen Notizen dazu weiß und es selbst verzehrt!«

En gelijk heeft hij, je moet iets zelf eten om te weten hoe het smaakt.

12 januari 2015

Radionieuws spreekt Libération tegen


Marche républicaine : Marine Le Pen acclamée à Beaucaire, schreef Libération.

Merkwaardig. Wie Libération gelooft, zal menen dat Marine Le Pen veel succes had in Beaucaire («acclamée» zegt het blad tenslotte).

Le Pen was, zoals we weten, ongewenst bij de grote charlie-optocht in Parijs en trok dan maar naar een eigen bastion. Bijval daar lijkt me niet uitgesloten, en allicht heeft Libération dit goed gehoord en gezien.

Maar als radioluisteraar, om 22u, hoorde je van Johan Tas een heel ander geluid: 



Van ongewenstheid is geen sprake, maar bij die optocht in Parijs “voelde zij zich niet welkom”. En in Beaucaire werd ze bovendien nog eens "uitgefloten".

Hier moet het om een vergissing gaan, hoogstens om een geval van onschuldige stupiditeit, want moedwillig een woord vertalen door het omgekeerde ervan zou al van vooringenomenheid getuigen. Laten we het voorzichtig houden bij een gebrekkige schoolopleiding.


Acclamer: Saluer par des cris collectifs d'enthousiasme et d'approbation.

9 januari 2015

De kop toont de "redactionele lijn"


Een onschuldige krantenredacteur vertelt vaak meer dan hijzelf beseft, of verondersteld is te vertellen.

Natuurlijk, de titel boven zijn artikel verzint een redacteur niet zelf, en hij is er bijgevolg niet verantwoordelijk voor, maar toch… er is die redactionele lijn waaraan hij zich onderworpen heeft.
In De Morgen zag ik de titel hiernaast. Mooie multiculturele kop, dat zult u beamen.
Maar in de kleine lettertjes van het artikel van de reporter, Stieven Ramdharie, werd die kop vervolgens volledig tegengesproken.
Misschien gaat de eindredactie bij de Zalmkrant ervan uit dat lezers alleen koppen lezen, en geloven zij niet dat er ook lezers bestaan, of dat hun aantal verwaarloosbaar is, die – weliswaar met gebruik van een bril – ook de rest lezen?
Hoe anders kun je verklaren dat hun kop op p.6 zegt dat het om een vermoorde "medemoslim" gaat, terwijl in het artikel staat dat het helemaal niet om een moslim gaat, maar om een ander soort Mustapha? 

Natuurlijk is een eindredacteur bij Charlie Hebdo geen moslim, uilskuikens! Maar dat kun je enkel weten als je het blad al langer dan een week kent ...en bovendien is dat blad in het Frans geschreven.

Hier moeten Charlotte Imbo, of anders Charlie Desmet mij uit de onzekerheid verlossen, of het nu om een slecht artikel gaat, of om een vooringenomen kop.

o-o-o-o-o-o


P.S.  Ik vergat inderdaad nog te zeggen dat, zoals een lezeres hieronder opmerkt, niet enkel de eindredacteur, maar ook Charlie Desmet zelf blijk gaf van ...enige luchthartigheid. Zijn haastige en vooringenomen beweringen over "islamitische slachtoffers" zijn nergens op gesteund. Voor hem zijn feiten  maar dat wisten we al  onbelangrijk tot hinderlijk. Zijn moraliserende bobo-duiding kwijtraken, daar is het hem om te doen.

Nu plots zijn ze 'Charlie'!


Wat is het jaar toch slecht begonnen voor onze journalisten, ik denk dan onder meer aan Charlie Camps, Charlie Desmet en Charlotte Imbo, met hun hypocriete U-bocht die ze zó weer zullen vergeten.

Zij zullen wel met weemoed terugdenken aan de voorbije rustige tijden die ze met zoveel verve wisten te beschrijven, te analyseren en te duiden, en waar er algemeen gesproken niet veel aan de hand was. Natuurlijk, er was Rushdie geweest, Van Gogh, de cartoons, al eens een brandbom bij een onbekend Parijs weekblad enzovoort, maar dat waren geïsoleerde gevallen. Van Gregorius Nekschot, die het zwijgen werd opgelegd (de tekenaar op de site "De Gezonde Roker", van wijlen Theo Van Gogh) hadden ze vanzelfsprekend nooit gehoord, want deftige journalisten lazen dergelijke sites niet, ook niet als iemand hen op het bestaan ervan wees.
Van de dode Van Gogh zeiden ze zelfs dat hij grof was, hij had het toch een beetje aan zichzelf te danken. Toen daarna de moordenaar in de rechtbank verklaarde dat hij volgens de islamleer had gehandeld, namen ze dat niet ernstig. Dat kon immers niet waar zijn.
Op de Franse televisie hoorde ik gisteren een oordeel over de "geïsoleerde gevallen". De specialisten in de uitzending vonden integendeel dat er altijd sprake was van moslimnetwerken, overtuigde mohammedanen. "Les loups solitaires, ce sont des poésies de journalistes". Prachtig Frans zinnetje, dat onze journalisten bij wijze van oefening misschien eens van buiten mogen leren. Het komt hen zeker nog van pas.
Wat was het vroeger toch mooier! Toen Oriana Fallaci stierf – en zij had een boek geschreven, niet over "geïsoleerde gevallen" maar over de islam zelf – toen schreef Patrick Stouthuysen (De Standaard, 27 dec. 2006, p.24) nog dit paragraafje:
"Jammer genoeg zal Fallaci wellicht vooral herinnerd worden om haar laatste boeken, waarin ze ten strijde trekt tegen wat ze de dreigende islamisering van Europa noemt. Fallaci was duidelijk de pedalen kwijt."
Inderdaad maakte Fallaci niet het onnozele journalistieke onderscheid tussen "islamistisch" en "islamitisch", en dat was een doodzonde. Misschien had zij de woorden van die Algerijnse generaal ten tijde van de GIA ernstig genomen: "Cet islam modéré, je ne sais pas de quoi ils parlent". Met zijn "ils" bedoelde de man onze Europese verlichte geesten.
Goed, "de pedalen kwijt" was weliswaar belachelijk maar toch nog enigszins beschaafd uitgedrukt.
Voor een echte beestachtigheid, een walgelijke brutaliteit, konden we vanzelfsprekend terecht bij Charlie Camps.
Die cursiefjes-schrijver, die in de waan verkeert dat zijn artikeltjes in hoofdletters worden afgedrukt, en die heel fier is over het pseudohollandse taaltje dat hij zichzelf heeft aangeleerd, en die een soort van namaak-janmulderachtige droefgeestigheid ten toon spreidt die in zijn geest waarschijnlijk voor sérieux doorgaat, die man mocht toen op de eerste pagina van De Morgen (16 september 2006) het In Memoriam voor Oriana Fallaci schrijven.
Charlie geeft eerst een literaire appreciatie van Fallaci. Zij schreef: "als de eerste de beste Ayaan Hirsi Ali".
Een kleine zandgrondworm mocht het zich toen permitteren om iemand te noemen die wereldwijd wordt geacht om haar fysieke moed, en waar geen tweede exemplaar van bestaat. Hij, die zich enkel in anakoloeten weet uit te drukken, en van wie geweten is dat alle gedachten die zijn geest simultaan kan bevatten makkelijk op een bierviltje gaan.
Maar dat was nog maar een begin. Wie de islam bekritiseerde werd in die mooie tijden, nog als volgt aangepakt in de zalmkrant, via een zatte vlegel: "Oriana Fallaci was doorgeschoten in haat, zelfhaat wellicht. Ik, haar aanbidder, had alleen nog medelijden. Een mildere vorm van verachting. Was het de kanker die haar lichaam doorkliefde?"

Deze krant is nu "Charlie"

4 januari 2015

Karel De Gucht en het Corpus Mysticum


De grondslag is eigenlijk de basis voor de grondslag, hoorde ik Karel De Gucht vanmiddag verklaren bij Trio, op Klara. Klare, heldere, verstandige taal, and it's turtles all the way down.
Ik meen niet dat tegen deze stelling één lezer bezwaar zal hebben, al zullen er onder mijn lezers onvermijdelijk ook dezulken zijn die de Nieuwjaarsdagen al slempend en zuipend hebben doorgebracht.
Karel zei meer behartigenswaardige dingen. Wat mij direct trof was: concurrentie moet er zijn omdat er nu eenmaal concurrentie moet zijn, anders is er geen concurrentie. Waarheid is altijd van een verrukkelijke eenvoud.
Die bandbreedte van hem was ook mooi, maar het mooiste vond ik toch zijn beschouwingen over de “unanimiteit binnen Europa”, die jammerlijk genoeg voorlopig nog compleet afwezig was (Karel bedoelde met “Europa” enkel de EU, iets heel anders en veel beperkter, maar de gedachte blijft even mooi en hij is zeker niet de enige die deze fout maakt).
Karel geloofde in die toekomstige unanimiteit, die was niet iets illusoirs.
Hier leek me het concept van het mystiek lichaam, een corpus mysticum Europae niet veraf. Zo zien we dat mensen die zich ongetwijfeld in alle oprechtheid voor ongelovig houden, toch verborgen mystieke ideeën kunnen koesteren.



2 januari 2015

Gelukkig Nieuwjaar!


Net viel er een mooie nieuwjaarswens in mijn bus, van vrienden die in Schaarbeek wonen.
Hun wens zelf stuur ik mijn geëerde lezers niet door, want die gaat mijn geëerde lezers niet aan.
Wel geef ik hen de eenvoudige boodschap door die ik van de enveloppe, of pregnanter gezegd van de postzegel zelf meende af te lezen.
Het zit zo:
die hele staat België, zelfs in geschenkverpakking, kan tegen normaal tarief, gewoon met B-post verstuurd worden.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html