25 november 2010

Merkwaardige opvattingen bij een toekomstig EU-lid


Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul is ongewenst op een internationale literaire bijeenkomst in de lekenstaat Turkije, lezen we in de krant De Telegraaf .(geen kwaliteitskrant gelukkig), en wie zich afvraagt wat er zo verschrikkelijk mis is met die Naipaul kan hieronder, bij wijze van voorbeeld, een tekstje van hem lezen dat ik gauw heb vertaald, maar dat hier een aantal jaren geleden in het Engels ook al te lezen was.
In dit fragment uit onderstaand boek heeft Naipaul het over Pakistan, niet over Turkije, laat staan over Europa, maar dat mag niet deren. Vormen wij immers niet allemaal één grote Unie?

Gevoelsmatig wordt het Westen, of de wereldwijde beschaving waar het de leiding van heeft, verworpen. Het is ondermijnend; het is bedreigend. Maar tegelijk is het onmisbaar, voor zijn machines, goederen, medicijnen, gevechtsvliegtuigen, overschrijvingen van de emigranten, ziekenhuizen die misschien een remedie hebben tegen calciumtekort, universiteiten die gegradueerden kunnen afleveren aan de massamedia. In heel die verwerping van het Westen zit de veronderstelling besloten dat ergens daarbuiten altijd een levendige, creatieve beschaving zal blijven bestaan, wonderlijk neutraal en open voor elkeen die er een beroep op wenst te doen. De verwerping is bijgevolg geen absolute verwerping.  Voor de gemeenschap als geheel is het ook een manier om intellectuele inspanningen te staken. Het is een parasitisme; parasitisme is een der erkende vruchten van fundamentalisme. En de emigranten stromen het land des geloofs uit: enkel naar Berlijn 30.000 Pakistani verscheept door de experten van de export van mankracht, om er het politiek asiel op te eisen dat bedoeld was voor de mensen uit Oost-Duitsland.
De patroonheilige van de islamitische fundamentalisten in Pakistan was Maulana Maudoodi. Hij was gekant tegen de idee van een aparte Indische moslimstaat, omdat de moslims naar zijn gevoel niet zuiver genoeg waren voor zulke staat.  Hij vond dat God de wetgever moest zijn; en met zijn aanbod van soortgelijke extatische denkbeelden in plaats van een praktisch programma kwam hij in het brandpunt van een chiliastische ijver. Hij voerde campagne voor de invoering van islamitische wetten zonder duidelijk te maken wat die wetten dan moesten zijn.
Hij stierf toen ik in Pakistan was. Maar het was niet in Pakistan dat hij stierf: het bericht van zijn dood kwam uit Boston. Aan het eind van zijn lange en woelige leven was de Maulana tegen al zijn principes ingegaan. Hij was naar een ziekenhuis in Boston gegaan, op zoek naar genezing; hij had zich helemaal aan het eind toevertrouwd aan de kunde en de wetenschap van de beschaving waar hij zijn volgelingen voor had willen afschermen. Hij had geprobeerd, zo zei iemand mij (niet alle Pakistani zijn fundamentalisten), om te oogsten waar hij zijn volk liever niet zag zaaien. Van de Maulana zou je kunnen zeggen dat hij naar zijn welverdiende plekje in de hemel is gegaan met een ommetje via Boston; en dat hij die weg minstens gedeeltelijk heeft afgelegd per Boeing.

Vidiadhar Surajprasad Naipaul
Among the Believers
An Islamic Journey
André Deutsch, London 1981, pp.158-9

.

21 november 2010

Gaat het nú al bergaf met het NRC?


Om samen te vatten wat hieronder staat: dat Islamboek van Wim en Sam van Rooy mag dan bijzonder goed verkopen –het is al in herdruk– maar veel recensies heeft niemand gezien.
In Vlaamse kranten stond helemaal niets. Soit.*
In Holland had het NRC een soort bespreking, van de hand van adjunct-hoofdredacteur Sjoerd de Jong, maar die leek nergens naar en Afshin Ellian gaf in Elsevier een antwoord aan de man. Dat antwoord kwam hierop neer, dat de recensent het boek aantoonbaar niet had gelezen, en stellingen aanviel die hijzelf eerst had bedacht, maar die in het boek niet voorkwamen.
Sjoerd was –heel begrijpelijk– van de veronderstelling uitgegaan dat zulke zaken in het boek wel moésten voorkomen. Na het antwoord van Ellian is het nu wachten tot Sjoerd – misschien niet het hele boek, maar alleszins het stuk van Ellian uit heeft, en die man dan aanpakt met citaten, argumenten enzovoorts.
Ook is er de mogelijkheid dat Sjoerd zijn eerste oordeel alsnog bijstelt: laat het onwaarschijnlijk zijn dat zoiets gebeurt, in een volwassen democratie als Nederland is het niet onvoorstelbaar.

Hoe dan ook: .beter een afkeurende, ongefundeerde recensie dan helemaal geen, zoals in de Vlaamse kranten. Al kunnen deze laatste verzachtende omstandigheden laten gelden, want net nog hadden zij een parachutemoord, en dan kwam plots die watervloed, waardoor ze met een overvloed van pakkende artikels en grote foto’s zaten.

Maar om de zaak in een breder perspectief te plaatsen: ik weet niet of zijn kritiek op Sjoerd wel helemaal terecht is, want zoals gezegd heeft Ellian zelf een stuk geschreven in dat Islamboek, wat toch een schijn van deskundigheid of zelfs partijdigheid kan wekken. Bovendien, wat is er zo kwaad aan een recensent die een boek niet gelezen heeft? Iemand kan dingen toch aanvoelen, zonder eerst een dik werk te hoeven doorwaden?
In zijn ‘Florentijnse Nachten’ geeft Heinrich Heine het voorbeeld van de stokdove tekenaar-muziekcriticus, zijn vriend Johann Peter Lyser:

…ik bedoel de dove schilder, Lyser is zijn naam, en grappig en gek als die is, wist hij in een paar schaarse krijtstrepen de kop van Paganini zo raak te treffen dat je in de lach schiet en tegelijk schrikt door het veridieke van zijn tekening. ‘De duivel heeft mijn hand vastgehouden’ vertelde de dove schilder me, en hij giechelde geheimzinnig en schudde goedmoedig ironisch met zijn kop, zoals hij doet bij zijn geniale Uilenspiegelstreken. Deze artiest is altijd een rare vogel geweest; en al was hij dan doof, toch hield hij hartstochtelijk van muziek en als hij een plaatsje had dicht genoeg bij het orkest, dan zou hij in staat zijn geweest om de muziek af te lezen van de gezichten der muzikanten, en kon hij zich door hun vingerbewegingen een oordeel vormen of de uitvoering min of meer geslaagd was; hij schreef dan ook de operakritieken voor een zeer gezien blad in Hamburg.
Wat moet daar ook zo verwonderlijk aan zijn? In de zichtbare tekenen van het instrumentenspel kon de dove schilder de klanken zien. Er bestaan toch ook mensen voor wie klanken onzichtbare signaturen zijn, waar zij kleuren en vormen in horen.

Zeer juist, maar Sjoerd had tegen het Islamboek ook een volkomen onredelijk bezwaar. Bij het snelle doorbladeren ervan, had hij opgemerkt dat het alleen maar sombere diagnoses bevatte, en geen remedies. Nu is dat niet waar, maar zelfs als het waar was, moet de diagnose aan de remedie voorafgaan.
Dat er iets niét in staat, kun je aan elk boek verwijten – behalve aan de koran zelf natuurlijk. Zo’n verwijt is gratuit, en het geeft aan Sjoerd zijn bespreking iets willekeurigs en zeurderigs. Goethe zei daar iets over:

Die Supp’ hätt’ können gewürzter sein,
Der Braten brauner, Firner der Wein. —
Der Tausendsackerment!
Schlagt ihn tot, den Hund! Es ist ein Rezensent


Een pittiger soep was hij gewend,
De wijn vroeg kelder, ‘t gebraad wat jus. –
Verdomme nondedju!
Sla hem dood, die hond! Het is een recensent.


oOoOoOo

* noot van 7 december: in de uitzending van het Humanistisch Verbond, een gastprogramma op Radio1, kwam het boek wel aan bod, in een gesprek van 10 minuten met de samensteller Wim van Rooy; een heel lang gesprek dus, naar de normen van vandaag.
.

9 november 2010

Alweer heeft De Standaard zijn Latijn fout...

.
Het Latijnse equivalent voor waar een wil is, is een weg, luidt nil volentibus arduum. Zij hadden daar maar drie woorden voor nodig. Iedereen weet dat, en dat is ook wat zekere Jessy op haar rug wilde laten tatoeëren. Volgens De Standaard staat dat er ook, maar soms rapporteren ze daar onnauwkeurig. Een beetje zoals bij De Volkskrant zou Peter Vandermeersch zeggen, maar die kreeg toen een rake trap van Jan Mulder, zoals op Youtube te zien is.
Wat ik op hun foto lees is volentidus, met de d van arduum. Misschien moet ik een nieuwe bril hebben, maar beter nog had Jessy om Romeinse kapitalen gevraagd aan haar graveerder.



P.S. ze waren nochtans verwittigd bij de Kwaliteitstabloid dat ze moesten uitkijken met vreemde talen.
.
____________________

P.P.S. (10 november) De journalist Koen Baumers wijst mij in een vriendelijk briefje erop dat de tatoeëerder zijn werk wel degelijk en goed heeft gedaan, zoals hieronder ook duidelijk te zien is: 




Terecht schrijft hij: "Toch even iets rechtzetten: als u op onderstaande link klikt, ziet u een foto waarbij niet het gezicht, wel de spreuk op de rug scherp staat. Zo zie je duidelijk een B in plaats van een D. Op de foto met haar gezicht erbij lijkt het door het puntje op de 'i' inderdaad alsof het beentje van de volgende letter naar achter kantelt, waardoor het teken lijkt op een gotische D in plaats van een gewone B.
De titel van uw blogbericht is overigens sowieso niet juist: zelfs als er een D stond in de tattoo, dan nog was het een fout van de tatoeëerder en niet van de krant."
Met de laatste zin ben ik het niet helemaal eens, namelijk dat De Standaard in dat geval geen fout tegen het Latijn zou hebben gemaakt: inderdaad zou De Standaard dan geen schrijffout verweten kunnen worden, maar wel een leesfout. Maar ik geef ootmoedig toe dat ik mij liet misleiden door dat eerdere artikel, waar zij een getatoeëerde voetballer bespraken, én door dat puntje op de i ...dat er trouwens niet had mogen staan want de Romeinen deden dat niet.
.

7 november 2010

Alexis de Tocqueville over Cordon en PC


Laatst ging het hier over het begrip populisme, en wat de betekenis daarvan mocht zijn. Deze keer bekijken we twee aan elkaar verwante begrippen, namelijk politiek correct en cordon sanitaire. Die zijn minder modern dan gemeenlijk wordt aangenomen, en de klassieke auteur Alexis de Tocqueville omschreef ze uitstekend, al kunnen er bedenkingen zijn bij zijn begrip "meerderheid".
Ik weet dat zijn werken in het Nederlands vertaald zijn, vanzelfsprekend, maar ik heb enkel de Franse tekst bij de hand en vertaal daarom een passage:

Over de greep die in Amerika de meerderheid heeft op het denken

Zodra zich onherroepelijk een meerderheid heeft gevormd rond een vraagstuk, wordt er in de Verenigde Staten niet meer geredetwist – Waarom dat zo is – De morele macht van de meerderheid op de ideeën – Democratische republieken maken het despotisme tot iets immaterieels.

Als men onderzoekt hoe in de Verenigde Staten ideeën ontstaan, dan merkt men heel duidelijk hoezeer de macht van de meerderheid alle machten overtreft die wij in Europa kennen. Opinies vormen een onzichtbare en bijna ongrijpbare kracht die elke tirannie voor schut zet. In onze tijd kunnen ook de meest absolute heersers van Europa niet beletten dat er in hun staten in stilte bepaalde gezagsvijandige gezindheden gangbaar blijven, zelfs tot aan hun hoven toe. Niet zo in Amerika: zolang daar de meerderheid nog onzeker is, praat men; maar zodra deze zich onherroepelijk heeft uitgesproken zwijgt elkeen, en zowel vriend als vijand lijken samen in het gareel te lopen. De simpele reden hiervoor is: geen monarch is zo absoluut dat hij alle maatschappelijke krachten in de hand kan houden of hen verslaan, zoals een meerderheid, bekleed met het recht om wetten uit te vaardigen en ten uitvoer te leggen, dat wel kan.
Een koning bezit ook enkel materiële macht, die op de gedragingen wel inwerkt, maar op de gezindheden geen vat krijgt; een meerderheid is echter bekleed met een materiële zowel als een morele macht, die op de gezindheid niet minder inwerkt dan op de gedragingen, en die tegelijk acties belet én de wens daartoe.
Ik ken geen ander land waar, in het algemeen gesproken, minder geestelijke onafhankelijkheid en echte vrijheid van discussie heerst dan Amerika.
Er bestaat geen religieuze of politieke theorie die men in de constitutionele staten van Europa niet vrijelijk zou kunnen prediken, en die niet ook in de andere zou doordringen; want er is in Europa geen land zozeer aan één enkele macht onderworpen, dat diegene die de waarheid wil verkondigen er geen steun zou vinden die hem beschutting verleent tegen de gevolgen van zijn onafhankelijkheid. Als hij het ongeluk heeft onder een absoluut bewind te leven, dan vindt hij vaak het volk aan zijn zijde; als hij in een vrij land woont, kan hij zich desnoods verschuilen achter het koninklijke gezag. In democratische gewesten beschermt de aristocratische fractie van de samenleving hem, en in de andere doet de democratie dat. Maar binnen een democratie zoals die in de Verenigde Staten is georganiseerd heb je maar één gezag, één enkel element van kracht en welslagen, en daarbuiten niets.
In Amerika trekt de meerderheid een geduchte cirkel rond de vrije gedachte. Binnen die krijtlijn is de schrijver vrij; maar wee hem die zich erbuiten zou wagen. Niet dat hij een autodafe hoeft te vrezen, maar hij staat bloot aan alle soorten van afschuw, en aan dagelijkse vervolgingen. Een politieke carrière is voor hem uitgesloten: hij heeft immers de enige macht beledigd die zulke carrière voor hem zou kunnen openstellen. Alles wordt hem ontzegd, tot zelfs zijn eigenwaarde. Vóór hij zijn opinies publiceerde dacht hij nog medestanders te hebben; nu hij zich voor iedereen bloot heeft gegeven, gelooft hij niet langer dat hij er nog heeft; want diegenen die hem afkeuren, geven daar luid uitdrukking aan, en diegenen die denken zoals hij, maar niet zijn moed bezitten, houden zich gedeisd en stil. Hij zwicht, buigt onder de last van elke dag, en hult zich in stilzwijgen, als had hij wroeging over zijn oprechte woorden.
Kettingen en beulen waren de lompe instrumenten die de tirannie destijds gebruikte; maar in onze tijd heeft de beschaving tot zelfs het despotisme geperfectioneerd, ook al leek dat niets te leren meer te hebben.
De prinsen hadden om zo te zeggen het geweld gematerialiseerd; de democratische republieken van onze dagen hebben het geweld omgevormd tot iets dat net zo geestelijk is als de menselijke wil, die het aan banden wil leggen.
Onder het absolute bewind van een enkeling sloeg het despotisme botweg het lijf, om zo de ziel te treffen; en de ziel, die aan deze slagen ontkwam, verhief zich in alle glorie er boven; maar in de democratische republieken gaat de tirannie niet meer op die manier te werk; zij laat het lijf met rust en gaat recht op de ziel af. De meester zegt niet meer: u zult denken zoals ik, of u gaat eraan; hij zegt: het staat u vrij om niet te denken zoals ik; uw leven, uw have en goed, alles mag u behouden; maar vanaf nu bent u een vreemde onder ons. Uw burgerrechten zult u behouden, maar ze zullen nutteloos voor u zijn; want als u naar de gunst van uw medeburgers dingt, zullen zij u die niet verlenen, en indien u nog maar hun achting verlangt, dan nog zullen zij doen alsof ze die weigeren. U zult onder de mensen blijven, maar recht op medemenselijkheid zal u worden ontzegd. Als u toenadering tot uw gelijken zult zoeken, zullen zij u als een onrein wezen mijden; en diegenen die in uw onschuld geloven, juist diegenen zullen u in de steek laten, want anders zou men op hun beurt ook hen mijden. Ga in vrede, ik spaar uw leven, maar dat zal erger zijn dan de dood.
De absolute monarchieën hadden het despotisme onteerd; laten we uitkijken dat de democratische republieken het niet alsnog in eer herstellen, en dat zij, door het voor enkelingen zwaarder te maken, het niet in de ogen van de meerderheid ontdoen van zijn hatelijke aspecten en zijn vernederende karakter.

Alexis de Tocqueville
De la démocratie en Amérique
(d’après la douzième édition, 1848)
Préface d’André Jardin
Éditions Gallimard 1981, tome I, pp. 380-3
.

2 november 2010

Goossens, Hooghe en grof taalgebruik

.
Om te beginnen zal ik iets moois vertellen, want daarna word ik noodgedwongen vervelend. In het leven is er nooit een vrije dag, zei Gerard Kornelis van het Reve, en hij had gelijk. Ik weet niet of Harry Mulisch ook zulke diepe gedachten heeft neergeschreven.

De naam Angela de Franceschi, bijgenaamd la Mariuccia (1734-1805), zal niet iedereen bekend voorkomen neem ik aan, maar zij was een van de geliefden van Casanova, en hij gaf een wondermooie beschrijving van haar:
“Ses yeux noirs, très fendus et à fleur de tête, et toujours remuants avaient sur leur superficie une rosée qui paraissait un vernis du plus fin émail. Cette rosée imperceptible que l’air dissipait très facilement reparaissait toujours plus fraîche au rapide clignotement de ses cils.”*
Haar zwarte ogen, heel langwerpig en prominent, en voortdurend in beweging, hadden op hun oppervlak een laagje dauw, dat een vernisje van het fijnste émail leek. Deze onmerkbare dauw, die aan de lucht heel makkelijk vervluchtigde, kwam telkens weer helemaal fris tevoorschijn bij het snelle knipperen van haar oogleden.

Geef toe lezer, zelfs in mijn gebrekkige vertaling kunnen deze twee zinnen neerbuigend kijken naar de gedrochten die bij ons voor “de mooiste zin van het jaar” elke keer moeten doorgaan.

Een andere Angela is Angela Merkel, en Paul Goossens bedacht haar met een artikeltje, getiteld: “Een vluggertje, voor Angela”.
Niet het register dat Casanova hanteert, zult u zeggen. Inderdaad, en wat hierbij niet als excuus mag gelden, is dat Paul als oud-seminarist zich misschien geen houding weet te geven als er vrouwen ter sprake komen, want Casanova was ook bijna pastoor. Neen, hier speelt de eeuwige drang die columnisten voelen om vooral levendig te schrijven, gedurfd, stout. Dat brengt hen helaas tot vulgariteiten.

“Wat een grof volkje” zou Marc Hooghe zeggen, die andere Standaardman, want die maakt zulk verwijt zelfs als het totaal ongepast is, bv. enkel als Luc Huyse onheus wordt aangevallen volgens hem, en hij bij deze emeritus –om redenen waar wij het raden naar hebben– een wit voetje wil halen. Natuurlijk laten ze bij de Kwaliteitstabloid niet toe dat hun jonge medewerker op zijn plaats wordt gezet in een gedegen antwoord, ook al schreef Peter de Roover dat meteen.

Maar wat Paul Goossens, “Europajournalist” ons wilde vertellen, kwam simpelweg hierop neer dat de EU (zoals bekend zijn gagne-pain) vooral moest blijven wat zij is, namelijk een democratisch niet gelegitimeerde instelling.
"Na de mislukte ratificatie van de Europese grondwet en de traumatische goedkeuring van het verdrag van Lissabon, was het idee van een nieuwe wijziging, met alles wat dat aan referenda, chagrijn, koehandeltjes en verlammende navelstaarderij meebrengt, een perverse, zelfs destructieve gedachte."
Op een discussie met deze anti-democraat zal geen ernstige mens ingaan. Daarvoor is deze jongen ook te wollig en te zweverig, zij het dat hij ongewild soms een geestigheid heeft. Maar Paul beseft duidelijk niet wat hij allemaal verkondigt met zijn wild gezwaai. Zo zegt hij dat zijn geliefde EU steunt op een Verdrag waarvan de artikelen –die nochtans niet mogen veranderen!– getuigen van “een extreme saaiheid en trivialiteit, want gestolde macht”. In zijn ijver gebruikt Paul ook woorden waarvan hij de draagwijdte niet snapt. Zo noemt hij de artikelen van het Verdrag van Lissabon zelfs obsceen: “Met een obscene zin voor het detail bepaalt artikel 48 hoe een verdragswijziging moet worden uitgevoerd.”

Nu heeft volgens de Oxford Latin Dictionary het woord obscenus vele betekenissen, maar geen lijkt te verwijzen naar verdragsteksten die wij niettemin als onveranderlijk dienen te beschouwen:
OBSCENUS: [samengevat] sinister, walging opwekkend, op slechte voortekens duidend, smerig, vuil, onzedelijk, betrekking hebbend op perversieën of excrementen, of op de organen of handelingen die daarmee in verband kunnen staan.
___________________

* Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
Suivie de textes inédits
Volume 7 – Chapitre IX
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Robert Laffont, 1993, 2002, p.613
.

http://victacausa.blogspot.com/victacausa.blogspot.com5edf7b715d0afaa3d68201fa2d94715a304487db.html